Wat is de Corona Cup?

In de Corona Cup Teamquiz nemen twee teams per wedstrijd het wekelijks live tegen elkaar op in een quiz die ongeveer een uurtje duurt. Alle wedstrijden worden via Zoom gespeeld, waarbij je net zoals in de individuele Corona Cup buiten een werkende internetverbinding en webcam niets nodig hebt om mee te spelen.

Het exacte competitieformat is nog onderhevig aan het aantal inschrijvingen, maar we mikken op een zes weken durende competitie met poule- en knock-outfase.

Hoe ziet een team eruit?

Een team bestaat uit minimaal drie en maximaal vijf spelers. De quiz zelf wordt door twee teams van drie personen gespeeld: omdat de kans klein is dat iedereen binnen een team gedurende de totale speeltijd van de competitie altijd beschikbaar is en de meeste teams sowieso uit vier of vijf personen bestaan, kan een team echter worden uitgebreid tot vijf spelers. Wekelijks beslist het team zelf welke drie spelers quizzen. De beschikbare spelers die niet spelen kunnen de wedstrijd uiteraard ook mee volgen als voorlezer of als puntenteller.

Hoe moeilijk zijn de vragen van de Corona Cup?

Om zoveel mogelijk quizliefhebbers in Vlaanderen te bereiken mikken we op twee verschillende competities: de ‘pro’-competitie zal moeilijkere vragen bevatten (gemiddeld BC-niveau) en is gericht op regelmatige quizzers, terwijl de ‘recreatieve’-competitie een instapcompetitie zal zijn die zich richt op sporadische quizzers die een leuke ontspanning zoeken in lockdowntijden (puur D-niveau). Bij de inschrijving geef je dus aan voor welke competitie je wenst in te schrijven.

Hoe verloopt een quiz?

De quiz bestaat in totaal uit 60 vragen, die verdeeld zijn in vijf rondes. Het verloop van ronde 1 tot en met ronde 4 is identiek. Elke ronde bestaat uit 12 vragen, verdeeld over 2 sets (A & B). De ploeg die de toss wint kiest of ze als eerste of als tweede speelt. Vervolgens kiest de kapitein drie getallen tussen 1 en 6, waarop de proctor de categorieën die bij deze vragen horen geeft. Vervolgens verdeelt de kapitein deze categorieën onder de spelers van z’n ploeg. Dit gebeurt vervolgens ook door de kapitein van het andere team voor set B. Nadat alle vragen voor de ronde verdeeld zijn, leest de voorlezer de eerste gekozen vraag voor aan de speler die voor deze categorie is toegewezen. Indien hij correct antwoordt op deze vraag verdient zijn ploeg twee punten. Indien hij fout antwoordt of past, mag de kapitein zonder overleg zelf antwoorden of de derde speler van zijn team aanduiden om de vraag te beantwoorden voor één punt. Indien niemand van het team de vraag kan beantwoorden, gaat de beurt over naar het andere team en mag de kapitein van het andere team zonder overleg zelf antwoorden of iemand van z’n team aanduiden om de vraag te beantwoorden voor één punt.

Nadat de drie ‘individuele’ vragen zijn voorgelezen, worden de drie niet gekozen vragen van de gekozen set A of B door de proctor voorgelezen. Deze drie vragen zijn elk twee punten waard en bij al deze vragen mag het team overleggen. De kapitein geeft uiteindelijk (na max. 30 seconden bedenk-/overlegtijd) het definitieve antwoord van z’n team aan de voorlezer. Indien het team de vraag fout beantwoordt, gaat de beurt over naar het andere team die de vraag ook nog mag proberen te beantwoorden voor twee punten. Zowel voor de ‘individuele’ als voor de ‘teamvragen’ krijgen de spelers 30 seconden bedenktijd. Wanneer de beurt naar het eigen of naar het andere team gaat, dient er binnen de vijf seconden te worden geantwoord door de kapitein of door de aangeduide speler. Ook het aanduiden van de speler door de kapitein moet binnen de 5 seconden gebeuren. Wanneer bij een teamvraag de beurt naar het andere team gaat, mag er door dit team nog maximaal 15 seconden overlegd worden alvorens er een definitief antwoord wordt gegeven.

Nadat de eerste ploeg z’n eerste set van zes vragen heeft afgerond, wordt dit procedé herhaald voor de tweede ploeg met de nog niet gespeelde vragenset van die ronde. Na ronde 1 wordt hetzelfde procedé nog 3x herhaald, in Ronde2, 3 en 4. De (eerste) keuze voor set A of B blijft steeds bij de ploeg die de toss gewonnen heeft.

Per ronde bevatten de zes vragen van set A en B steeds dezelfde zes categorieën, en de vragen binnen deze categorieën zullen zowel thematisch als qua moeilijkheidsgraad gelijkwaardig zijn zijn. De nummering van de vragen is uiteraard anders, zodat de tweede ploeg bij z’n keuze voor de individuele vragen niet weet welke categorie bij welke vraag hoort. Op deze manier verzekeren we dat beide teams exact evenveel vragen krijgen over dezelfde onderwerpen.

Ronde 5 bestaat ook uit twaalf vragen, maar is anders qua opzet. In deze ronde kiest het team dat op het einde van ronde 1 laatste staat als eerste één van de vier (cryptisch omschreven) thema’s. Indien beide ploegen evenveel punten scoorden in ronde 1, mag het team dat de toss verloor als eerste een thema kiezen. Deze thema’s bevatten elk drie vragen uit verschillende quizcategorieën en leveren voor een goed antwoord elk twee punten op. Bij een fout antwoord of een pas gaat de beurt ook hier over naar het andere team, dat twee punten krijgt bij een steal. Voorbeeldthema’s kunnen bijvoorbeeld zijn: ‘populaire familienamen’, ‘Snelle jongens’, ‘Zeg het met een bloem’ of ‘Dood in 2020’. Beide ploegen spelen dus nog twee thema’s, waarna we uiteindelijk een eindstand hebben.